zondag 19 december 2010

Week 50 - 2010

1 (01) w05 Adele - Rolling in the Deep
2 (02) w05 John Legend & The Roots - I Can't Write Left Handed
3 (03) w25 José James - Warrior
4 (04) w03 José James - Beauty
5 (05) w06 R. Kelly - When A Woman Loves
6 (06) w03 Duffy - Don't Forsake Me
7 (07) w09 Eliza Doolittle - Skinny Genes
8 (08) w07 Jamie Lidell - She Needs Me
9 (09) w07 Andreya Triana - A Town Called Obsolete
10 (10) w07 Bilal -All Matter
11 (11) w09 Jamiroquai - Blue Skies
12 (12) w11 Erykah Badu - Love
13 (13) w08 Kanye West - Runaway
14 (---) w01 Plan B. - Stay Too Long
15 (15) w03 Justin Nozuka - How Low

out:
Asa - Be My Man


CLASSIC OF THE WEEK:
Percy Sledge - It Tears Me Up



2010 loopt ten einde en de eindlijst komt er aan. Daarnaast komen er ook niet echt veel interessant albums en hits meer uit. Daarom deze week bijzonder weinig veranderingen in de lijst en met Plan B. de enige nieuwe binnenkomer.

vrijdag 17 december 2010

Recensie 40: Duffy - Endlessly (2010)


In 2008 ontmoetten wij het nieuwe Engelse toptalent Duffy. Met haar debuutalbum ‘Rockferry’ overtuigde ze iedereen. Het lange wachten op het vervolg is nu gestopt en met ‘Endlessly’ kan Duffy bewijzen dat niet een eendagsvlieg was.

Met de matige single ‘Well, Well, Well’ werden we al lekker gemaakt voor het album. Maar wat het meest opviel was het nasale stemgeluid van Duffy. We zijn dus benieuwd hoe de rest van het album ervan afbrengt.

‘My Boy’ is de opener van dit album. En eerlijk gezegd niet echt een opener die mij meteen omver blaast. Het nummer klinkt vooral wat kinderachtig.Het nasale stemgeluid van Duffy dat we hoorden op de single ‘Well, Well, Well’ is ook hier aanwezig. En hopelijk niet het hele album aanwezig, want dat zal me gaan irriteren.

‘Too Hurt to Dance’ is een meer Rockferry-waardig nummer. Mooi gezongen, zoals we van Duffy gewend zijn. Het nummer is erg goed opgebouwd. Het allemaal wel wat zoet, maar dat past mijn inziens goed bij deze dame.

Met ‘Keeping My Baby’ gaat ze daar goed in verder. De vergelijking met het steengoede Rockferry zal nog lang gemaakt worden en ik moet zeggen dat dit nummer er zo bij past. Luistert heerlijk rustig weg en is één van mijn favorieten van dit album.

Dan de gewraakte single ‘Well, Well, Well’. Er is al veel over gesproken. En dan vooral over het stemgeluid van Duffy. Over de ritmiek hoeft ook niet gesproken te worden, want dat zit erg goed in elkaar. Maar die stem, dat irriteert gewoon vrij snel. Aan de andere kant, er zijn dit jaar wel ontelbaar slechtere singles uitgekomen van andere artiesten.

‘Don’t Forsake Me’ dan, een nummer waar ik bijna ademloos naar geluisterd heb. Zo hoort Duffy haar nummers te maken! Een prachtige ballade, perfect en gevoelig ingezongen. De juiste, minieme instrumentatie en prachtig opgebouwd. Wat een uithalen! Kip-pen-vel!

De vraag is dan natuurlijk of we zo lyrisch kunnen blijven met de titeltrack ‘Endlessly’. Wat opvalt is het mooi gitaar-arrangement. Ten eerste omdat we dit nog niet eerder gehoord hebben van Duffy. Ten tweede omdat het de stem van Duffy goed ondersteund. Het sfeertje van het nummer is bijzonder authentiek. Erg mooi gedaan weer. Ook een nummer zoals Duffy het best tot haar recht komt. Zodoende hebben we hier twee favorietjes achteréén

Met ‘Breath Away’ wordt die aardige authentieke sfeer ook weer benaderd. Alleen is het voor het gevoel allemaal wat minder uitgevoerd als bij de vorige twee nummers. Helemaal niks mis met dit nummer, maar het had wat spannender gekund.

‘Lovestruck’ kent een funky begin en die funkiness blijft ook goed in de instrumentatie zitten bij dit nummer. Het weer eens wat swingender werk en dat is welkome afwisseling bij dit album. Het geheel is allemaal wat meer pop, in plaats van de bekende soul. Maar het is wel gewoon een lekker nummer. Een nummer waar ‘Girl’ naadloos op aansluit. Wederom een erg poppy sound, maar zeker niet te versmaden. Het is zelfs uiterst aanstekelijk te noemen.

‘Hard for the Heart’ is dan alweer de afsluiter van dit toch wel korte album. Maar de afsluiter is erg waardig. Mooi nummer, vooral erg aantrekkelijk door de leuke break die er in zit.

En dan zijn we dus alweer klaar met Endlessly. En het moet gezegd worden: het haalt het niveau van haar debuut zeker niet. Niettemin kunnen we weer genieten van een aantal erg mooi nummers en kan ik stellig zeggen dat Duffy zeker geen ééndagsvlieg is.

Recensie 39: Darius Dante – Keep Ya Hands Up (2010)


Vandaag wederom een recensie van een Nederlandse artiest. Deze keer is het de beurt aan Darius Dante met zijn op 22 november te verschijnen debuutalbum ‘Keep Ya Hands Up’.

Het album opent goed met ‘Give it to Me’. Het blijft altijd lekker om naar een hammondorgel te luisteren. Voeg daar het gospelachtige en funky sfeertje aan toe en je hebt samen met de dikke productie een erg sterke opener. Als het album zo blijft dan kan het weleens een pareltje worden.
‘Keep Ya Hands Up’, de titeltrack, is in verhouding met de opener vrij standaard. Het is zeker geen vervelend nummer en de goede break doet je aandacht toch nog wat meer toespitsen. ‘Live Your Life’ gaat daar aardig in verder met het mooie viooltje. Wel is naar mijn gevoel het nummer wat overzongen. Het ligt er vocaal mij allemaal iets te dik op. Dat gaat zo verder met ‘BlackBirds’, die alle recepten van een standaard R&B-ballad bevatten. We hebben het pianootje met de vocalen, de invallende beat, etcetera.
Al een stuk boeiender wordt het met swingende ‘Lucky Day’. Lekker vrolijk R&B-nummer waarvan er wel meer gemaakt mogen worden. Goed gezongen ook, erg overtuigend wordt het verhaal vertaalt. Ook het daaropvolgende ‘Emotions’ swingt. De productie hangt er lekker in, de leuke breaks houden de aandacht er goed bij. Alleen het gebruik van synthesizers is wel wat standaard R&B en weinig origineel.
‘Can’t Hide Love’ kent een erg fijn bassloopje. Darius zingt ook erg fijn en vooral gevarieerd op dit nummer. Moet zeggen dat dit nummer wel tot mijn favorieten van de plaat behoort. Mede door het warme koperwerk.
De titel van ‘Funky Music’ belooft meteen al wat goeds, want van funky muziek houd ik wel. En ik moet zeggen dat de funk er zeker in zit. Het zegt al genoeg dat ik bij het beluisteren van dit nummer ietwat onopgemerkt mee ging bewegen. ‘Shake’ doet dat eigenlijk wat minder. Hier hoor ik leuke latininvloeden. Tekstueel wel erg makkelijk (Shake Your Booty). Darius zingt op dit nummer ietwat rappend. ‘The Words’ is daarmee totaal anders. Een ballad. Ik kan me indenken dat heel veel mensen dit nummer heerlijk vinden, maar eerlijk gezegd kan ik er niet zoveel mee. Aalglad, erg standaard R&B. Maar ja, wat ik zeg: ik zie genoeg mensen erbij weg zwijmelen.
‘What a Day’ is een nummer waar Darius Dante weer totaal anders zingen. Het is even wennen, maar wel lekker. Volgens mij werd dit nummer ook gebruikt bij een reclame van Orange Babies. ‘Give it to Me’ hebben we al gehoord, maar staat nog een keer op het album in een soort freestyle. Nou, geef mij maar de eerdere versie.
‘ThisTime’ is ook weer een nummer wat ik persoonlijk weinig mee kan. Ik mis pit, verrassing en het nummer mist mijn aandacht. Zodoende zijn we alweer aangekomen bij afsluiter ‘BBoy’. Een erg dansbaar nummer die goed bij de stijl van Darius past.

Recensie 38: The Jazzinvaders – ‘3′ (2010)


Vandaag een recensie van een jazzgroep van eigen bodem. Al moet gezegd worden dat de term jazz wat klein bekeken is. We vinden op dit album namelijk meer stijlen terug. Zo horen we funk, soul, bossanova, latin en pop.
Het Dordtse gezelschap bestaat uit Rolf Delfos op alto-sax, drums en beats komen van Phil Martin, de vocalen zijn het werk van Linda Bloemhard, op toetsen vinden we Berthil Bustra en Guido Nijs speelt tenor-sax.

De herfst is ingetreden, de regen en wind slaat tegen onze ramen, maar dat is voor the Jazzinvaders geen reden om ook die sfeer te pakken. Eerder brengen ze de zomer weer in je huis. Het album opent namelijk met het zonnige ‘Make It Work’. Het nummer doet me wat denken aan een song van bijvoorbeeld the Wicked Jazz Sounds Band. Het contrast is vrij groot met het zompige ietwat futuristische ‘Leave it At That’. In dit nummer vinden we wat meer de groovy funk die ook goed met hedendaagse jazz samenvalt. ‘Reserve’ is qua sfeer juist weer wat dromeriger. Zo weten the Jazzinvaders onze aandacht er goed bij te houden. Het lijkt elke keer weer een verrassing te worden welke kant ze met de nummers op gaan.
‘Dudu’ biedt ruimte aan alle muzikanten om hun kunnen te tonen. Vooral de funky basgitaar klinkt er cool, net als de riffs van de gitarist. Lekker swingend en instrumentaal nummer. De overgang met ‘Why I’ is passend en mooi. Stemmige vocalen en interessante instrumentatie maken er een vrolijk liedje van die je doet verlangen naar de zon en naar terrasjes. ‘More of That Stuff’ is echt zo’n nummer dat laat zien hoe de hippe jazz er nu uitziet, of eerder gezegd uithoort. Funky inslag, aanstekelijke vocalen en ritme. Genoeg om goed aan te slaan. ‘The Sunchaser’ ligt daar in het verlengde van. Dit is een instrumentale track met dezelfde vibe al de vorige song en past daarmee perfect in het totaalplaatje dat dit album uitstraalt. En eigenlijk gaat dat het hele album zo verder. Vrolijke, zonnige nu-jazz met prachtige vocalen en goede instrumentatie. ‘Keep Your Eye on the Ball’ is een nummer dat meer hangt op de vocalen, ‘Tulip Juice’ een track die het moet hebben van de latin-achtige funk. En dan zegt een titel als ‘My Sun’ natuurlijk genoeg. De toetsen vallen hier weer op, lekker freaky.
Een titel als ‘Zebra Boogie Two’ valt natuurlijk altijd op. Maar ik vind het nummer eigenlijk één van de minste van het album. Dat LOVE een vierletterig woord is, dat weten we nu wel. Vooral omdat het in het betreffende nummer zo vaak herhaalt wordt.
Het album sluit af met het stemmige ‘Tie Am’. Een mooie afsluiter in de geest van de rest van de plaat.

Recensie 37: Perquisite – Across (2010)


Perquisite gaat verder zonder Pete Philly en bracht op die manier al het goed ontvangen ‘Carmen van het Noorden’. Waar dat nog een soundtrack was is hier met ‘Across’ het eerste solo-album van Perquisite. Hoewel, solo? Door de vele gastartiesten lijkt het daar niet echt op.

Het album opent met het luchtige ‘Set Me Free’. Lekker vrolijk nummer dat mij qua stijl wat doet denken aan de muziek die Giovanca ook maakt. Op ‘Dreams of Gold’ vinden we Jenny Lane, één van Nederlandse beste stemmen van dit moment. En dat ze zo goed kan zingen bewijst ze ook op de heerlijke productie van Perquisite. Een nummer met een opzwepend refrein en goede, ingetogen coupletten.
‘Bottomline’ is weer totaal anders. Opzwepende beats waarop een gedreven zingende Cato van Dijk haar ding doet. Goed koortje dat het nummer echt opzweept. En als dan het refrein erin knalt kan je echt niet meer stilzitten. ‘Time’ is met Henk Hofstede die klinkt als een gedreven folk-zanger. Pakt goed uit, hij klinkt soms zelfs bijna als Robbie Williams. De overgang met het wat meer gefreakte ‘Dead Souls’ is erg groot, maar is er niet minder om. Apart nummer dat mij erg pakte en deed denken aan Gorillaz. Het is zodoende uitgegroeid tot het favoriete nummer van het album voor mij.
Room Eleven’s Janne Schra is daarna te horen op ‘Machine’. Dit is een wat kleiner nummer geworden. Dat is iets wat perfect voor de stem van Janne werkt. Goede zangeres met een soepele stem. Voeg daar de mooie, sfeervolle instrumentatie aan toe en je hebt een prachtig nummer.’Too Late’ past qua sfeer ook weer perfect in het album. Wat bij dit nummer vooral opvalt is de prachtige opbouw. Alles klopt tot in de kleine puntjes, wat wil je nog meer?
Op ‘The Rain’ wordt Perquisite bijgestaan door de getalenteerde Jay Colin. Dit nummer doet me wel wat denken aan het werk dat Perquisite samen met Pete Philly maakte, alleen dan met een andere rapper. Op ‘Silence’ is Janne Schra weer te vinden. Dit keer een wat meer uptempo nummer. Rapper GMB komt ook voorbij en maakte het swingende nummer als één geheel.
‘The Center’ kent een mysterieuze intro, een goede beat en prachtige zang van Dazzled Kid. Mooi nummer ook weer. Maar zo onderhand lijken we dat ook gewoon van Perquisite te verwachten en te verlangen. ‘Attitude’ is ook een nummer met een lekker groove. Dit komt mede door de goede vocalen van Sanguita.’I Rely On Me’ kent ook weer mooie vocalen, door Renske Taminiau. De sfeer wordt ook op dit nummer weer prachtig gepakt. ‘Blackbirds’ is een mooi en ingetogen hiphopnummer geworden. De intense raps komen van GMB, maar de productie vervolmaakt dit nummer.
En dan is het tijd voor het allerbeste nummer van dit album: ‘Me Despido’. Het enige niet Engelstalige nummer is werkelijk waar betoverend. De hele opbouw en sfeer is gewoon perfect. En wat is Maurino Alarcon een fijne zanger zeg!
‘Gone’ sluit het album af. Een geheel instrumentaal nummer waar Perquisite nogmaals goed zijn best op gedaan heeft.

De conclusie is dat Perquisite een mooi album heeft gemaakt. Hij verkent alle muzikale stromingen, of mengt deze. Veel experimenten lijken er niet in te zitten, maar het is gewoon een fijn geheel geworden. Alle nummers ondersteunen de sfeer die het album neer zet. Een album dat je dan ook echt als geheel moet beluisteren om die sfeer te kunnen pakken.

Recensie 36: John Legend & The Roots – Wake Up! (2010)


Owjee, John Legend & the Roots komen dan wel met een album. En dat gegeven is natuurlijk positief. The Roots is een topband en Legend een topzanger. Maar toen ik hoorde dat het een album vol covers zou worden werd het een OWJEE! Want een fan of liefhebber van covers kan je mij niet echt noemen. Ik denk altijd maar: “Laat het origineel met rust, want er aan tippen kan je meestal toch niet”. Natuurlijk zijn er vroeger veel covers gemaakt die ook best goed waren (bijv. Otis’ cover van Sam Cooke’s A Change is Gonna Come’) Maar als ik dan kijk naar de covers van oude nummers in de laatste jaren dan ben ik vaak wat huiverig.

Het verhaal achter dit album ligt bij de verkiezingsstrijd van The US of A. De kans was dat Barack Obama de nieuwe president zou worden en daarmee de eerste president met een niet blanke huid. Dat zorgde voor aardverschuivingen in het bekrompen land.
Deze verkiezingsstrijd zorgde ervoor dat John Legend en The Roots samenkwamen om een plaat te maken rond het verbeteren van de wereld. Maar niet een plaat met alleen maar positieve ‘Verander de wereld, begin bij jezelf’ liedjes, maar ook songs met een wat kritischer toon.
Te prijzen valt ook dat ze niet die songs hebben gekozen die iedereen wel kent van de radio. Nee, ze hebben gekozen voor songs van artiesten waar veel mensen waarschijnlijk nog nooit van gehoord hebben, maar waar het thema van de nummers perfect past bij het hele idee.

Ik ben dit album dan eigenlijk ook gaan luisteren met het origineel steeds in mijn achterhoofd. Een reden waarom ik het ook per nummer ga bespreken. Want om een klein sluiertje om te lichten: het viel me helemaal niet tegen. Simpelweg omdat de muzikanten de nummers opnieuw op zijn gaan bouwen en er een totaal eigen twist aan gegeven hebben.

Albumopener is ‘Hard Times’. Geschreven door Curtis Mayfield, opgenomen door Baby Huey & the Babysitters. Een energieke opener waar Legend bewijst over genoeg soul te beschikken en ook eens de wat meer rauwe kant van zijn stem laat horen. Muzikaal pompt het lekker door en krijgt het funky nummer ook een wat rocky karakter.
‘Compared to What’ is van Eugene McDaniels. Een artiest die bekend stond om zijn anti-oorlog nummers. Dit nummer is vooral bekend geworden door Less McCann en Eddie Harris omdat Eugene McDaniels geboycot werd door de platenlabels omdat hij zo sterk anti-Viëtnam was.
De versie van Legend & the Roots is integer. Vooral goed opgebouwd op vocaal gebied. Muzikaal dusdanig goed in elkaar gestoken dat het je helemaal meetrekt in de energie van de song.
‘Wake Up Everybody’ is van Harold Melvin & the Blue Notes, met Teddy ‘Love TKO’ Pendergrass als zanger. Dit nummer is ook als eerste single uitgebracht. Dat is best te begrijpen omdat het een vrij commerciële sound heeft. Maar om nu te zeggen dat het veel eer doet aan het origineel, nee. Het klinkt allemaal erg gelikt. Daarnaast is gastzangeres Melanie Fiona nou niet een topzangeres en lijkt het verse van Common er gewoon aangeplakt.
‘Our Generation’ is origineel van Ernie Hines. Een artiest waar ik zelf nog niet zo heel veel van ken. En dit nummer heb ik in het origineel ook niet zo vaak gehoord. Het is al eens gebruikt als sample bij een nummer van Pete Rock & CL Smooth. Daarom ook dat CL Smooth nu weer meedoet.
Het nummer knalt er meteen weer in en heeft die heerlijke vintage-soul sound. En dat neuriën zo mooi kon klinken wist ik ook niet. John Legend give me a mmmmmm!
‘Little Ghetto Boy’ is natuurlijk van Donny Hathaway. Op dit album wordt het voorafgegaan door een nutteloos interlude, ingesproken door Malik Yusef.
Dan het nummer zelf maar. Lastig om te beoordelen omdat ik een groot liefhebber van Donny Hathaway ben en het origineel geniaal is. De verse van Black Thought vind ik dan ook helemaal niet passen, maar dat deze wordt toegevoegd heb je natuurlijk snel als The Roots meedoen. En tekstueel past het natuurlijk wel, maar qua vibe gewoon minder. Legend is op toetsen heerlijk subtiel, en juist die subtiliteit is ook van wezenlijk belang op het origineel van Hathaway. En vocaal doet John ook erg zijn best om net zo doorleeft te klinken van de grote Donny. Dit lukt niet helemaal, iets wat ik hem ook niet kwalijk neem. En uiteindelijk is dit typisch zo’n cover waarvan ik dan toch liever het origineel beluister, al is het helemaal niet slecht gedaan.
‘Hang on in There’ is van de wat minder bekende Mike James Kirkland. Het origineel vind ik zelf wat zoet. Maar John Legend & the Roots verbazen me totaal. Ze hebben er gewoon een jazzy sausje overheen gegooid. Prachtig diep gezongen door John Stephens. Even een perfect rustpuntje in dit album. En eerlijk gezegd luister ik deze versie gewoon liever als het origineel.
‘Humanity’ van Royal Rasses and Prince Lincoln Thompson is een reggae-achtig uitstapje van de artiesten. Dat Legend wel van wat reggae houdt was al eerder op zijn albums te horen. En dit is toch al snel de vrolijke noot op dit album. Simpelweg door het karakter van de reggae. Vooral die groove van de keys is erg goed gedaan.
Dat ‘Wholy Holy’ van Marvin Gaye gecoverd werd baarde me toch wat zorgen. Niemand kan immers zingen als Marvin Gaye. En deze vrees wordt toch wel een beetje de waarheid op dit album. Legend heeft zeker wel de gospel in zich die voor dit nummer vereist is, maar het voelt toch allemaal wat anders aan. Hoe goed The Roots & Legend ook hun best doen.

Één van de opvallendste nummers van dit album is ‘I Can’t Write Left Handed’. Een cover van Bill Withers dat op geen enkel studio-album van hem terug te vinden is. Withers heeft dit nummer ook alleen maar live opgevoerd en opgenomen. Dus mocht je het origineel willen beluisteren dan verwijs ik je graag door naar zijn live-album in de Carnegie Hall. Daar waren het origineel een minuut of 6 duurt hebben Legend & the Roots er een nummer van maar liefst 11 minuten van gemaakt. Een nummer waarin soul, funk, rock, blues en gospel samenkomen. Een aanklacht tegen de Viëtnam-oorlog wordt weer iets van het heden door deze fantastisch versie van deze muzikale bondgenoten.
‘I WIsh I Knew How It Would Feel to Be Free’ is geschreven door Billy Taylor en vereeuwigd door Nina Simone. Een aparte rol in de versie van nu is toch wel weggelegd voor Legends achtergrondzangeres Jessyca Wilson. Haar samenzang met Legend werkt perfect (daar waar het bijv. met Melanie Fiona eerder dit album wel misgaat). Ik had gezegd: ‘Stop deze Wilson op Wake Up Everybody en het was al een stuk beter nummer geworden’.
Zonder twijfel valt te zeggen dat ze met deze versie in ieder geval alle eer aan doen voor het origineel voor de onvolprezen Nina Simone.
‘Shine’ is dan de afsluiter van het album en de enige originele song. Het nummer zal ook gebruikt worden voor een film van Davis Guggenheim (Waiting for Superman). Het nummer is een mooie ballad geworden die zowel muzikaal, vocaal als tekstueel perfect in de sfeer en onderwerp van de gehele plaat. Refreintje blijft ook lekker hangen.

Concluderend valt dus te zeggen dat het album te prijzen is. The Roots en John Legend hebben de covers hun eigen invulling meegegeven en dat is vaker wel als niet goed bevallen. De paar tegenvallers (Wake Up Everybody, Wholy Holy) nemen we graag voor lief om te kunnen genieten van de andere fantastische nummers. Met een mix van soul, funk, blues, rock, hiphop, gospel en jazz is het niet alleen een heel divers album geworden, maar ook een album waarin in de nummers qua thematiek perfect op elkaar aansluiten.
Ik ben er blij mee!

Recensie 35: Andreya Triana – Lost Where I Belong (2010)


Één van de allerbeste en vooral allermooiste albums die muziekjaar 2010 ons gebracht heeft is ‘Lost Where I Belong’ van Andreya Triana. Nu kwam dit album al op 10 augustus uit en zullen jullie je afvragen waarom er nu pas een recensie is. Nou, het heeft even geduurd voordat het allemaal helemaal binnenkwam bij mij en me overtuigde. Maar nu het me overtuigd heeft ben ik ook echt helemaal om.

Andreya Triana was dit jaar al eerder te horen op het prachtige ‘Black Sands’ van Bonobo en ditzelfde Bonobo heeft ook Triana meegeholpen met dit album.
Nu is Andreya niet een power-vrouw qua vocalen, maar iemand die het heel dicht bij haarzelf houdt. Klein, breekbaar, sfeervol, dat zijn termen die eerder bij haar stem passen. Maar alles spatzuiver en het sleept je echt mee.
Over het album gesproken moet gezegd worden dat het niet een album zal zijn waar je snel losse nummers van op zal zetten. Productioneel is er namelijk op zo’n manier een bepaalde sfeer neergezet dat dit eigenlijk alleen overtuigd als het album als in het gehele concept gehoord wordt.
Een kort album met 9 topnummers, stuk voor stuk prachtige songs die in dienst staan voor het prachtige en sfeervolle geheel.

Eerst er is de sfeerzettende opener ‘Draw the Stars’. Minimale producties geheel in dienst van het nummer en in dienst van Andreya’s stem. Iets waarmee Bonobo altijd wel raad weet.
De titelsong klinkt dan weer wat voller, lijkt meer singlemateriaal. Al zal niks daar zich echt voor lenen op dit album. Omdat, nogmaals, de gehele sfeer dan jammerlijk gemist wordt.
Dromerig, gevoelig, herfstig, zo gaan we ook verder met ‘A Town Called Obsolete’. Dit is waarschijnlijk het mooiste nummer van dit album. Het nummer is wat pittiger als voorgaande twee. Mooie tekst, mooi gezongen.
Echt zin om dit album per nummer te bespreken heeft het ook niet. Dat doet af aan het geheel. Of het nu het fluitwijsje in ‘Darker than Blue’ is, of het extatisch opgebouwde ‘Draydreamers’. Het smachtende ‘Far Closer’, of juist het ‘Something in the Silence’ met de jazzy feeling. En wat dan te denken van ‘Up in Fire’, een nummer waarin de productie wat meer aanwezig is en het refrein veel te aanstekelijk. En natuurlijk niet te vergeten de afsluiter, simpelweg ‘X’ genaamd. Een afsluiter die nog maar eens een dikke stempel drukt op de dromerige sfeer van het album. Na negen nummers is het gewoon helemaal af. Tot in de puntjes verzorgt.

‘Lost Where I Belong’ van Andreya Triana dus. Een album dat je echt als geheel moet beluisteren. En een album waarbij je je na één luisterbeurt niet moet laten afschrikken als het nog niet helemaal binnenkomt. Dit heeft dan gewoon meerdere luisterbeurten nodig en gaandeweg zal je alle pracht en praal die in dit album verborgen zit gaan ontdekken en zal je geheel geboeid gaan luisteren naar de prachtige stem van Andreya Triana.

Recensie 34: Dwele – W.ants W.orld W.omen (2010)


Zonder twijfel één van de beste en meest muzikale soulzangers van de laatste jaren is Andwele Gardner, beter bekend onder zijn artiestennaam. Met ‘Subject’ vestigde hij zijn naam, met ‘Some Kinda…’ overtuigde hij helemaal en het laatste ‘Sketches of a Man’ was ook erg overtuigend. En dan nu een nieuwe plaat. Een nieuwe plaat met een wat aparte titel: ‘W.Ants W.orld W.omen’. Het album is ook in deze drie gedeelten opgesplitst. Reden om het ook op deze manier te recenseren.

W.ants
Dit gedeelte is gevuld met songs die vooral gaan over die dingen die Dwele kraag zou hebben. Gucci shoes and bags passeren de revue. Muzikaal is heeft dit gedeelte een erg R&B-achtige sound. Erg commercieel ingesteld gedeelte is het te noemen. Daarnaast wordt Dwele bijgestaan door de ietwat onzinnige gastrapper David Banner. Ook de zelfgenaamde Soul-hippie Raheem DeVaughn zingt een wijsje mee en dat nummer (Dim the Lights) is dan meteen de beste van dit gedeelte.

W.orld
Dit gedeelte van de plaat is de Dwele die we kennen. Leuke, verrassende en spitsvondige producties. Leuke muzikale gedeeltes en goede zang. Dwele zou gewoon een plaat vol met dit soort nummers moeten maken. Nu-soul met een jazzy feeling.
Absolute topsong van dit album zit ook in dit gedeelte van de plaat. Die song heet ‘My People’. Ook zijn vaste vrienden van Slum Village doen mee op een song in dit gedeelte.

W.omen
Dit is het gedeelte met de meeste songs. Dit is het gedeelte voor, over en met de vrouwtjes. De slick Dwele komt tevoorschijn en het tempo gaat wat omlaag. Nu bezingt Dwele niet alleen de vreugdes met de dames, maar ook de problemen die relaties kunnen opleveren.
‘Love Your Right’ is hier erg catchy en ‘I Wanna’ klinkt weer heel oldschool R&B.

Dwele heeft dus een erg wisselvallig album afgeleverd met dit ‘W.Ants W.orld W.omen’. Hij is het best in het maken van muzikale songs zoals in het W.orld gedeelte. Dus hopelijk pakt hij dat de volgende keer weer op.

Recensie 33: Rik Mol – Funk On Me (2010)


Rik Mol is een Nederlands jazztrompetist die zelfs ooit eens privélessen kreeg van jazzgrootheid Wynton Marsalis. Daar waar zijn eerste plaat uit 2007 (What’s On Tonight) ook meer jazz gefundeerd was is hij met deze nieuwe plaat een andere weg in geslagen. Funk On Me(2010) herbergt meer de soul en funk.

Luisterend naar het album blijkt Rik Mol een fris orende trompetist. Een persoon die hoorbaar met gevoel op zijn blaasinstrument te werk gaat. De soul en funk wordt dan weer meer benadrukt door de uptempo, R&B-achtige beats en de gastbijdragen van onder andere Nate James en Les Empress.
Albumopener ‘Longface’ is eigenlijk meteen wat je van het album kan verwachten. Intigrerend trompetspel, uptempo met een R&B en hiphop-feeling. Rik Mol lijkt soms wel wat te veel ondersteunend in plaats van de artiest waar het om gaat. Ook opvolger ‘Spinnin Round’ is een nummer samen met de Britse zangeres Nate James. Het lijkt meer op een nummer van zijn nieuwe plaat, dan die van Rik Mol.
De bescheidenheid siert de mens zeggen ze weleens, maar naar mijn gevoel had de trompet wel wat aanweziger mogen zijn.
Des te blij ben ik met nummers als ‘Gin Tonic Night’, ‘Stay Over, ’Mr D.’ en ‘Can’t Do Without’. Op deze nummers is er namelijk geen ondersteuning van gastartiesten en kan Rik Mol laten horen waartoe hij in staat is op zijn trompet. Naar mening zijn dat ook meteen de meest frisse nummers van het album.
Het beste nummer van het album met gastartiest is titeltrack ‘Funk On Me’. Er zit een lekker groove in het nummer en ritmisch zit het goed in elkaar. Nate James zingt met de juiste beleving.
Nate James is ook verantwoordelijk zanger bij het nummer waar op het meest een feestje gevierd kan worden. Dat is ‘Soul You Down’.
Ook de moeite tot vernoemen is ‘Yesterday’s Paper’. In dit nummer is de ondersteuning van zangeres Lex Empress. Het is een zeer mooi en ingetogen nummer geworden.
Verder moet ik eigenlijk zeggen dat het album best goed, maar dat ik toch wat diversiteit mis. Ik had liever wat meer trompet en minder beats, producties en gastartiest gehoord. Maar gelukkig kunnen de geïnteresseerden zelf uitvinden wat zij hiervan vinden en of ze daarin mijn mening delen.

Recensie 32: Subes – Contra Bossa (2010)


De Nederlandse zomer is zo ongeveer wel voorbij. Maar toch worden we zo af en toe opgevrolijkt door een paar warme zonnestralen. En daar hoort natuurlijk ook toepasselijke muziek bij. Daarom komt het Nederlandse Subes nu met hun album, Contra Bossa genaamd. In de titel zitten de termen Contrabas en Bossanova. Dat belooft dus een warm en jazzy belevenis.

Na het beluisteren van dit album kan ik concluderen dat het een typisch zomerplaatje is geworden. Veel muzikale nummers, perfect voor op een terras met een verkoelend drankje in de hand. Maar waar dit soort muziek meestal verzand in derdegraads liftmuziek weten de Subes hun nummers fris, spannend en boeiend te houden. Een erg aanstekelijke plaat dus.

Muzikale nummers worden afgewisseld met af en toe nummers met vocalen. Dat houdt het beluisteren van deze plaat extra leuk. De afwisseling hierin is goed gekozen.
Er zit ook een goede afwisseling in de stijl van de nummers. De basis is jazz, maar daarbij hebben de Subes duidelijk andere invloeden toegevoegd. Zo is het er het funk-achtige ‘Sognare’, het 50’s aandoende ‘Jazz Azz’ met mediterrane invloeden en met ‘Club Seven Seas’ bevat het een echt strandnummer. Swingen in de zon met het zand tussen de tenen.
‘Jazz for 2’ is er om samen de voetjes van de vloer te brengen. Swingend, tijd om er een salsa uit te gooien. ‘Airporto’ had op een album van Air kunnen staan, ‘Contra Bossa’ wordt opgefleurd door fris saxofoonwerk, ‘Fast Spinn’ put weer meer uit de pure jazz en ‘See You There’ bevat wow-gitaartjes zoals bijvoorbeeld Curtis Mayfield en Isaac Hayes dat deden. Het album eindigt met het ingetogen ‘Lost’ en wordt daarmee waardig afgesloten.

Recensie 31: Maikal X – Genesis (2010)


Maikal X mixt op zijn album het beste uit de reggae, R&B en soul met een vleugje hiphop. Het is een lekker ongecompliceerd album geworden. Goed voor in de zomerse maanden. Vrolijk, uplifting, dat zijn wel twee steekwoorden die het album samenvatten. Het meewiegen op de beats is meer een geval van continue in plaats van af en toe. Het mooie aan het album is ook dat de gastartiesten echt wat toevoegen al valt zonder twijfel ook te zeggen dat Maikal X het makkelijk alleen af kan.

De beste nummers op het album zijn:
- ‘Irie Love’, prachtig samenspel tussen Maikal X en de gastzangeres.
- ‘Today Becomes Tomorrow’, dit nummer komt er vooral bovenuit door de opzwepende productie en de afwisselende skat/zangwijze van Maikal.
- ‘Here She Comes’, prachtig hoe het gebruik van blazers een nummer voller en organischer kunnen maken.
- ‘Come Over’, dit nummer blijft interessant door productie- en tempowisselingen.
- ‘Senseless’, zeer waarschijnlijk het meest sfeervolle en meest meeslepende nummer van dit album.

Een gevaar voor dit album zal zijn dat er weinig af wordt geweken van de gekozen stijl. Hierdoor gaan de nummers vrij snel op elkaar lijken en hierdoor kan het album, vooral met meerdere luistersessies, gaan vervelen. Het had zo af en toe wat spannender gemogen, maar geslaagd is het zeker.

Recensie 30: Trombone Shorty, “Backatown” (2010)


Elk jaar worden er ongelooflijk veel albums uitgegeven. Het lukt je dan ook nooit om alles te checken wat er uit komt. Maar gelukkig heb je altijd wel bekenden die zo nu en dan onverwachte tips hebben. Zo ook met de recensie van vandaag: Trombone Shorty met zijn album Backatown.
Trombone Shorty is, als Troy Andrews, geboren in 1986 in New Orleans. Dé Amerikaanse stad van de muziek. Hij speelt zowel trombone als trompet.

Welke kant dit album genrematig op gaat is al duidelijk in de opener “Hurricane Season”. We hebben hier te maken met groovy, funky jazz met het betere koperwerk. Als een orkaan knalt Trombone Shorty je het album in. Een titel heeft nooit beter bij een nummer gepast.
“On Your Way Down” is het tweede nummer en New Orleans genie en grootheid Allen Toussaint komt een wijsje meedoen. En mede door zijn vocale toevoeging beschouw ik dit al één van de betere nummers van het album. Een feestje om naar te luisteren.
“Quiet as Kept” is funky jazz pur sang. De groove doet het hem. Je kan onmogelijk stil zitten op dit nummer. Mooie gitaarpartijen om het een rocky flavour mee te geven. Lekker nummer.
De tweede gastartiest is the vinden op “Something Beautiful”. Dit keer is het aan Lenny Kravitz om iets toe te voegen aan de muziek van Trombone Shory. En iets toevoegen doet hij zeker. Het is een goede, laidback soul-achtige song geworden.
“Backatown” is natuurlijk de titeltrack. Dit nummer biedt meteen weer wat verrassing. De electronic komt namelijk wat meer om de hoek kijken, net als de swing. Het feestje komt weer om de hoek te kijken. Echt een lekker nummer.
“Right to Complain” kent dan weer een rock uiterlijk. Hiermee houdt Trombone Shorty de variatie erg hoog op dit album. De drums zijn altijd strak. Knik met je hoofd mee op de drums en laat je gaan zou ik zeggen. Trombone Shorty zingt nu ook zelf een wijsje.
“Neph” is weer een stuk subtieler. In dit nummer zijn weer latininvloeden te horen.“Suburbia” is erg opzwepend. De intro doet je verwachtingen inkomen die helemaal ingelost worden. Spring mee en dans je zelf in het zweet. Ga los op “Suburbia”. Gegarandeerd dat het lukt!
“In the 6th” heeft weer wat meer hiphopinvloeden. Dat is vooral te merken in het drumschema. De turntables worden daarnaast ook uit de kast gehaald. Trombone Shorty laat weer een andere kant zien. En daarin gaat hij verder met “One Night Only (The March)”. Dit nummer doet namelijk weer meer aan als R&B. Wat in ieder geval nooit ontbreekt is de groove. Ook nu zingt Trombone Shorty mee.
“Where Y’At” gooit de rockende funk er weer in. Zodoende wordt het elk nummer een verrassing wat je voorgeschoteld krijgt. Hiermee houdt Trombone Shorty goed de aandacht vast.
“Fallin’” gooit dan ook het tempo weer drastisch omlaag. De mooie en rustige stem van Trombone Shorty klinkt goed bij dit R&B-achtige nummer. Dit is een goed nummer voor de stelletjes.
De gitaarriffen zijn niet van de lucht op “The Cure”. Misschien een fan van de gelijknamige band? Eigenlijk vindt ik dit het minste nummer van de plaat. De nadruk moet mijn inziens meer liggen op het koperwerk, maar dat mist ik hier toch wat.
“928 Horn Jam” is alweer de afsluiter en gewoon een korte jam van 55 seconden. Hierin laat Trombone Shorty nog eenmaal horen wat hij allemaal en sluit daarmee het album in stijl af.

Trombone Shorty is dus een nieuwe naam. Een jonge knaap die funk, jazz, blues, R&B, soul en rock in een grote blender stopt en dit allemaal lekker door elkaar husselt. Stilzitten is er sowieso niet bij als je naar dit album luistert.

Recensie 29: Bettye LaVette, “Interpretations.. The British Rock Songbook” (2010)


In de jaren 70 en 80 was Bettye LaVette al een aardig naam in de soulwereld. Maar haar echte succes kwam gek genoeg pas in 2005. Met “I’ve Got My Own Hell to Raise” volgde ze een beetje het voorbeeld van Solomon Burke en bracht de soul terug. De soul van toen, de artiest van toen, maar uitgebracht in het nu. Het overtuigde en met “The Scene of the Crime” uit 2007 deed ze daar nog een schepje bovenop.
Nu is ze dan weer terug met een album en waagt ze zich aan een album vol covers. Lef kan haar niet ontzegt worden, maar of het goed uitpakt?

‘ The Word’ van the Beatles is de opener en doet eerder denken aan een nummer van Sly & the Family Stone als aan een nummer van the Beatles. De versie Bettye grooved er lustig op los en is eigenlijk gewoon totaal anders, totaal eigen.
‘No Time to Live’ toont waar Bettye in uitblinkt. Het gevoelig zingen van de prachtigste ballads. Haar diepe, hese stem overtuigd altijd, maar in de ballads des te meer. Origineel is van Traffic. Een ingetogenere versie had LaVette er niet van kunnen maken.
Wacht volgt is Nina the Animal’s ‘Don’t Let Me Be Misunderstood’. Hiermee gaat het tempo weer wat omhoog. De versie die we hier horen is erg bluesy. Een muzikale omlijsting waar Bettye LaVette heel goed in past.
‘All My Love’ is een nummer die Robert Plant oorspronkelijk schreef voor zijn overleden zoontje. Wederom is opvallend hoe goed LaVette hier haar eigen interpretatie van heeft weten maken. Zelfs tekstueel heeft ze het zodoende subtiel aangepast dat het overtuigend echt op haar slaat. Het stukje “Proud aryan” heeft ze vervangen met “Proud black woman”
‘Isn’t it a Pity’ is één van de meest gecoverde nummers die op het album te vinden zijn. Het origineel is natuurlijk van George Harrison. Dit is misschien wel de mooiste interpretatie van het album. Puur op opbouwend niveau kan dit nummer gerekend worden tot de topklasse. Van klein, gevoelig, tergend naar een verwacht knallend einde. Maar dat komt er niet. De spanningsboog is wel dien goed gespannen tijdens het nummer dat je wel verbluft achterover geslagen bent.

‘Wish You Were Here’ kennen we natuurlijk allemaal. Pink Floyd is er wel een beetje in terug te horen, maar de versie van LaVette is behoorlijk anders. Wederom erg goed en overtuigend gedaan.
Ringo Starr’s ‘It Don’t Come Easy’ schuurt weer wat meer tegen de blues aan. De stem van Bettye blijft gewoon boeien en ook muzikaal zit het prachtig in elkaar. Goed opgebouwd, goed gezongen, goede versie.
Het origineel ‘Maybe I’m Amazed’ van Paul McCartney heb ik zo vaak gehoord dat het me ook tijdens de versie van LaVette niet los kan laten. Het blijft bewonderingswaardig hoe de zangeres je met haar stem echt diep,diep kan raken. Zingen met soul, dat kan deze dame wel.
‘Salt of the Earth’ is van de Stones. Natuurlijk moesten die ook op de cd komen. De versie van Bettye LaVette doet was jazzy aan. Eigenlijk bluesy jazz. Ja, het is lasting te omschrijven. Behalve dan dat het een prachtige vertolking is geworden.
‘Nights in White Satin’ van the Moody Blues herken ik eigenlijk alleen maar tekstueel. Want de versie van LaVette is zo ongelooflijk soulvol gemaakt en gebracht dat het een nummer op zich lijkt te zijn geworden. Alleen het pianothema zorgt voor enige herkenning. Wat een overgave.
Derek and the Dominos komen ook aan bod met ‘Why Does Love Got to Be So Sad’. En ook die is aardig omgeturned. Een funky basslijn opent het nummer en je zit meteen in de juiste sfeer. Bettye laat ons zo tegen het eind van de plaat nog een goed swingen, nog eens goed uit ons dak gaan. Vooral live lijkt me dit een erg lekker nummer.
We kunnen na het swingen rustig uitrusten met het ingetogen ‘Don’t Let the Sun Go Down on Me’. Het origineel van Elton John verbleekt hier gewoon bij. Bettye LaVette zingt met gevoel, met pijn en dat voel je door merg en been. Het ontroert echt.
‘Love Reign O’er Me’ is te vinden op het album in een liveversie. Opgenomen tijdens de Kennedy Center Honors. Een soort extraatje in de vorm van een The Who cover. En wat voor een extraatje. Ongelooflijk blij dat ze dit ook nog toegevoegd hebben.

Nu ben ik dus niet zo een liefhebber van covers, maar als het op een manier wordt gedaan als Bettye LaVette hier met de Britse klassiekers gedaan heeft dan mag het wel van mij. Bettye LaVette schuurt, ontroert en raakt tegelijk.

Recensie 28: Angélique Kidjo – Oyo (2010)


Angelique Kidjo ken ik alleen nog van het album ‘Djin Djin’. En net als op dat album komt ook op dit album weer een keur aan internationale supersterren de Afrikaanse zangeres ondersteunen.
Dat Kidjo over een krachtige en goede stem beschikt laat ze horen in opener ‘Zelie. Op ‘Samba Pa Ti’ covert ze de wereldhit van Santana, ondersteunt door toptrompettist Roy Hargrove. Ook een covers ‘Move On Up’ een duet met wereldster John Legend. Beide covers voegen weinig toe aan het origineel.
‘Lakutshona Llanga’ is weer ouderwets Afrikaans. Een soort wiegenlied dat doet denken aan de muziek van Miriam Makeba.
De covers zijn nog niet over. Want Kidjo waagt zich aan Otis Redding’s prachtsong ‘Ive Got Dreams to Remember’. Een cover die het origineel alles behalve benaderd.
‘Kelele’ zorgt voor een positieve noot. Perfect voor in de zomer. Aretha Franklin wordt gecoverd op ‘Baby, I Love You’. Kidjo wordt hierin ondersteunt door Dianne Reeves. De stemmen van de dames klinken erg mooi samen.
‘Dil Main Chuppa Ke Pyar Ka’ begint met een Afrikaanse fluit en klinkt wat Bollywood-achtig. Geinig bedacht.
Kidjo toont haar jazzy kant in ‘Petite Fleur’. Radio Tour de France kan zich een nieuwe hit rijker rekenen. In ‘Afia’ lijken Afrika en Brazilië samen te komen, net als straks op de voetbalvelden tijdens het WK.

Kidjo geniet de ondersteuning van de blazerssectie van het New Yorkse afrobeat-collectief Antibalas op het nummer ‘Cold Sweat’.
Dit resulteert in een swingende, eigentijdse song die gerekend kan worden tot één van de betere van de plaat. Natuurlijk ook cover van James Brown.
‘Out of Africa’ kent muziek uit de gelijknamige film van Sidney Pollack. Volgens Kidjo zelf is ‘Mbube’ het origineel van ‘The Lion Sleeps Tonight’.
‘Atcha Houn’ is een soort korte intermezzo in het Afrikaans en voegt weinig toe. Met ‘You Can Count On Me’ gaat ze weer verder in het Engels. Weer een lekker zomers nummer.
Met ‘Agbalagba’ wordt dit album afgesloten. Een Afrikaanse, ietwat bombastische afsluiter. Best aardig.

Concluderend kan er verteld worden dat dit album toch best tegenvalt. Het staat vol overbodige covers. De gastartiesten voegen te weinig aanwijzend toe en de Afrikaanse nummer luisteren lekker weg, maar verrassen ook niet echt.

Recensie 27: Janelle Monáe – The ArchAndroid (2010)


Mooie klassieke intro en de vele verhalen over bombastiek klinken mij terecht in de oren. Om daarna lekker over te vloeien in het eerste echte nummer. Klinkt best lekker dit, want mijn hoofd knikt rustig mee. Goede R&B-pop song. Janelle zingt op een ietwat rappende manier.
Mooi ook weer dat het zonder stop doorstoomt naar ‘Faster’. Muzikaal zit dit allemaal dik in orde. Nochtans heeft het album een mooie volle sound. Dit ‘Faster’ is wel bij uitstek geschikt om als single uit te komen.
Blijf het mooi vinden hoe ook dit nummer weer overvloeit in het volgende. ‘Locked Inside’ is wel een aardige song. Maar minder als de eerste twee.
Tijd voor een overgang met stilte, naar ‘Sir Greendown’. Een nummer dat ik heel erg apart vind. Mooie sfeer, mooie instrumentatie. Echt totaal anders als de voorgaande uptempo songs.
‘Cold War’ doet mij erg denken aan B.O.B. van Outkast, qua beat, qua tempo. Goede opzwepende song. Over Outkast gesproken. Rapper Big Boi doet een rhyme op het nummer ‘Tightrope’. Wederom een nummer met een erg frisse sound, ook erg soepel gezongen door Janelle. Een zangeres die sowieso erg opvalt door haar soepele stem.
‘Neon Gumbo’ is een soort korte intermezzo. Het benadrukt in ieder geval de eigenzinnige stijl van Janelle.
‘Oh, Maker’ gaat daar ook gewoon in verder. Leuk om zo af en toe de opzwepende, springerige producties afgewisseld te krijgen met wat meer laidback nummers. De producties blijven ongewijzigd vol en boeiend.
Over opzwepend en swingend gesproken. Dan moet je eens naar ‘Come Alive (War of the Roses)’ luisteren. Janelle klinkt nu bijna als een volleerde rock-zangeres. Wat een energie-boost zeg!
‘Mushrooms & Roses’ brengt de Roses uit het vorige nummer weer terug. Maar qua vibe is het totaal anders. Het tempo gaat een stuk omlaag, maar de muziek is wel weer erg organisch. Lome drum, goede strijkers, tamboerijn, snerpende gitaarriffs en experimenteel aandoende zang van Janelle. Volgens mij zingt zie hier door een zo’n plastic buis die je ook weleens bij concerten van Stevie Wonder ziet. (weet niet precies hoe dat heet).

Na wederom een muzikaal intermezzo gaat de plaat verder met ‘Neon Valley Street’. Een nummer dat niet had misstaan op een album van bijvoorbeeld Sade. Janelle zingt het hier namelijk ook erg warm. ‘Make the Bus’ zie ik weer meer in de stijl van Jamie Lidell. Feature-artiest Of Montreal ken ik niet, maar voegt zeker wat toe. De energie spat er weer van af.
‘Wondaland’ klinkt als geïnspireerd door Mary Poppins. Sprookjesachtig mooi nummer. ‘57821′ is niet alleen qua titel een opvallend nummer. Dit is misschien wel het minimalistische nummer van het album. Ze hebben een prachtige sfeer te pakken en weten die in het nummer prachtig uit te bouwen.
Met ‘Say You’ll Go’ wordt dat kleinere in het nummer doorgebouwd. Zal best eens goed kunnen werken op een feestje als je de sfeer qua energie wat aan het afbouwen bent.
‘BaBopBye Ya’ is ook weer zoiets. Wie verzint er nu zo’n titel? James Bond zou dit best als soundtrack kunnen gebruiken, toch? Tsjongejonge, wat kan Janelle met haar stem goed de sfeer in een nummer neer zetten.

Een apart album heeft Janelle Monáe hier neergezet. De sound kan je best als commercieel kwalificeren. Maar om dat echt te zijn is het album veel te lang en zijn de meeste instrumentaties veel te vol en origineel. Want aan het originaliteit ontbreekt het bij deze dame niet. Voeg daar haar prachtige, warme stem aan toe en je zit goed. Een ontdekking van jewelste.

Recensie 26: Eli ‘Paperboy’ Reed “Come & Get This” (2010)


R&B, het staat voor Rhythm & Blues. Alleen is de term de laatste tijd in de hitlijsten verbasterd en is het vooral arrenbie geworden. Maar nu hebben we hier wat een anders. Een review van de nieuwe plaat van Eli ‘Paperboy’ Reed & the True Loves. Weten we meteen weer wat R&B echt is.
Het album ‘Come and Get This’ is reeds zijn derde plaat, maar wel zijn eerst bij een major label.

Eli Reed, geboren als Eli Husock, is een zanger met een lekkere rasp op zijn stem die makkelijk alle hoge en lagen haalt. Zijn True Loves zijn een bont gezelschap. De één speelt gitaar en tamboerijn, de andere bass, dan hebben ze er nog één voor de drums, natuurlijk iemand voor het orgel, de piano en clavinet. Om het geluid allemaal nog wat organischer te maken mogen ook een saxofonist en een trompettist niet ontbreken. Zwarte muziek gemaakt door een mengeling van blank en zwart.

Opener ‘Young Girl’ zet meteen de toon van het album. Ongecompliceerde, lekkere soulmuziek met een positieve vibe. Met ‘Name Calling’ wordt hierin nog een extra schepje bovenop gedaan. Het aanstekelijke refrein blijft lekker in je hoofd hangen.

‘Help Me’ had zo van James Brown kunnen zijn qua vibe. Lekker nummer waarin Eli helemaal los gaat. ‘Just Like Me’ is qua opbouw weer wat anders. Hierin wordt vooral leuk gespeeld met de instrumentatie die dan weer meer dan weer minder aanwezig zijn. Hoe dit in het refrein samenkomt met de zang van Eli doet je hoofd meeknikken en hoe het aan het eind total-loss gaat. ‘Come and Get This’, de titelsong, is misschien wel de meest swingende en catchy song van dit album. Goed gezongen, retestrak gespeeld en voetjes van de vloer. De drums pompt immers lekker voort en de gitaren grooven er op los.

‘Pick a Number’ gooit daarop het tempo een stukje omlaag. Zo kan iedereen uitrusten van het vorige nummer door een leuke partner uit te zoeken, dicht tegen elkaar aan te kruipen en leggen heen en weer te schuifelen. Zit ook een leuke break in.

Uitgerust en wel beginnen we ‘Found You Out’. Het tempo gaat weer een versnelling hoger. Mooie rol voor de hoorbaar aanwezig Hammond orgel in dit nummer.

Nog een nummer dat tot erg catchy gerekend kan worden is het swingende ‘Tell Me What I Wanna Hear’. Vooral het koperwerk neemt muzikaal gezien de hoofdrol op zich. Fantastisch hoe vol de sound dan wordt.

‘Time Will Tell’ laat je weer wat meer meedeinen. In een trager als dit nummer hoor je ook goed dat Eli met zijn stem ook dit makkelijk draagt. Power, souplesse en overtuiging, zo zingt hij.

Een lekker opvallend gitaarrifje in de intro van ‘You Can Run On’. Het klinkt zelfs een beetje gospelachtig. Staan en meeswingen terwijl je lekker ritmisch in de handen meeklapt. Lekker nummer zeg! ‘Pick Your Battles’ is weer een lied for the lovers. Het bevat alles wat een goede soulballad in zich moet hebben. Het album sluit af met ‘Explosion’. En die titel zegt genoeg. Eli en zijn True Loves gooien nog één keer alles uit de bak voor een muzikale orgie die als een waardige afsluiter geldt.

Dus ben je wel in voor een goed soulalbum met echte R&B invloeden. Daarbij in acht nemend een ijzersterke stem en een superstrakke band. Dan kan je de nieuwe plaat van Eli Reed blindelings uit de schappen halen.

Recensie 25: Candice Monique & The Optics, “In My Soul” (2010)


En nu dacht ik wederom zo’n pareltje gevonden te hebben. Het gaat om Candice Monique & the Optics met hun debuutalbum uit dit jaar. Of ik wederom enthousiast ben valt te lezen in de volgende recensie.

CMP

Het is misschien een beetje raar om te zeggen, maar de artiestennaam vind ik in ieder geval al erg leuk. Het zegt natuurlijk niks over de muziek, maar het is wel een leuke bijkomstigheid. Dan schets ik ook maar meteen beeld hoe ik aan deze artiest ben gekomen. Eens zag ik een leuk live-filmpje van hun op Youtube. Dat funkte erg lekker en zat uitstekend in elkaar. Maar in de studio kan dit natuurlijk anders zijn.

Het album opent met het meer dan relaxte ‘In My Soul’. Goed laizy gezongen en een lekker drum. De hoge noten van Candice zijn wel iets te zeikerig gezongen. Houdt het laag en dan klinkt het erg sterk. Echt funky is het niet. De rauwe randjes lijken er in de studio wel een beetje vanaf te zijn gehaald. Dat horen we ook terug in ‘For All Time’. Dit nummer klinkt een beetje a-like de albumopener. Met groot verschil dat dit gewoon teveel voortkabbelt en te weinig weet te boeien.
Het funkgehalte lijkt bij de derde song (Mama Don’t Know) een stuk meer aanwezig. Het basloopje klinkt in ieder geval moddervet en Candice doet aan spoken word. Toch overtuigd het niet helemaal. Het klinkt mij teveel als “Been There, Done That”. Maar dit is wel het lekkerste nummer dat ik nochtans gehoord heb. En de funkyness blijft er lekker in met ‘Feel the Vibe’. En moet ik eerlijk toegeven: “Eindelijk voel ik de vibe!”. Ik kan jullie alvast verklappen dat dit het beste nummer van het album is.
‘Soul Dance’ heet de volgende song en op zich kan je er inderdaad wel op dansen, zij het dat van je verveling en eentonigheid niet zo goed meer weet wat je moet doen. Jammer, zit best wat in dit nummer, maar het komt het niet uit. En datzelfde verhaal gaat eigenlijk op voor het megatrage, slijmerige en gaap-oproepende ‘My Child’. Dit noem ik een skiptrack.
En als ik dan net de gaap heb kunnen onderdrukken bij het vorige nummer dan lukt het echt niet meer bij ‘Shave My Head’. De inspiratie is hier echt heel ver te zoeken. En zo skippen we snel door het album heen. Alhoewel; ‘Crazy Crazy Thing’ weet wel weer mijn aandacht erbij te houden. Het tempo gaat omhoog en dat lijkt bij Candice en haar Optics hand in hand te gaan met kwaliteit van de nummers. Een gegeven dat bewezen wordt door ‘Hypothetical’. De latinvibe is nog wel leuk gedaan, maar dit is wederom traag en ongeïnspireerd. Nummer past ook niet echt in de sfeer van de rest van de plaat.
‘Revolution’ gooit het tempo weer wat omhoog. Probleem hier is alleen dat Candice hier probeert te rappen. En nu mag ik hopelijk toch zeggen dat dit niet haar sterkste punt is. Evenals het stukje spoken word. Was één keer wel leuk (Mama Don’t Know) maar is weleens beter gedaan.
En dan komen we alweer bij de afsluiter. ‘Wish I Was a Bass’ heeft de vetste basslijn van het album. Moddervet misschien wel. Dus dat is wel een lekkere afsluiter

Dit keer geen pareltje gevonden dus. Te vaak klinkt het album als een herhaling van zetten die andere al vele malen beter hebben gedaan en op de slow-songs overtuigd de zang van Candice totaal niet. Dan komt ze te zeikerig en ongeïnspireerd over. Daar waar het tempo omhoog gaat komen The Optics ook meer tot leven en krijgen de nummers meer inhoud. Toch zijn er veel te weinig hoogtepunten. Aan ‘Feel the Vibe’ en ‘Mama Don’t Know’ lijk je al snel genoeg te hebben.

Recensie 24: Sharon Jones & The Dap Kings – I Learned the Hard Way (2010)


Soul is hot. Dat merk je vooral doordat het label van dit mooie genre nu aan de meest uiteenlopende artiesten wordt gehangen. Maar er zal altijd kwaliteit blijven en één van de labels die deze kwaliteit waarborgt is vooral Daptone. Het label dat bekend is om de soul van nu in een jasje van toen te stoppen. Het label dat bekend is met artiesten als Lee Fields, Naomi Shelton en The Budos Band . En nu vaandeldrager Sharon Jones & the Dap Kings terug met een nieuw album. “James Brown in a dress” samen met de blazers van Mark Ronson’s en Amy Winehouse’s muziek.

De vorige albums van dit bonte stel karakteriseerde zich met nieuwe soul in een oud jasje. Veel funk, veel blazers en zeer organisch. Een sound die ik alleen maar toe kan juichen dus ik hoop van harte dat ze met dit nieuwe ‘I Learned the Hard Way’ dezelfde weg in blijven slaan.

De opener, ‘The Game Gets Old’, knalt er al meteen lekker in. Precies de sound waar Sharon Jones en haar Dap Kings bekend mee zijn geworden. Er zit wel wat meer soul en minder funk in als eerder. Het aanstekelijke Yeah-eh en Ooh-hoo blijft meteen goed hangen.
Ik heb altijd een ding met titelsongs en dat is met ‘I Learned the Hard Way’ niet anders. Dit is naar mijn mening het beste nummer van het album. Spannend, prachtig gezongen en een bijzonder aanstekelijk refrein. Zo hoor ik Sharon Jones graag.
‘Better Things to Do’ valt vooral op door de fantastische gitaargroove die er in het nummer zit. Een gezellig nummer, zo wil ik dit het best omschrijven. Het nummer ademt zo’n sfeer uit. Gezellig met z’n allen bij elkaar zitten en luisteren naar de stem van Sharon Jones. Wederom een favorietje.
‘Give it Back’ gooit weer wat meer soul in het album. Het tempo wordt iets omlaag geschroefd. Wederom een nummer van hoge muzikale en vocale kwaliteit. Een echt Sharon Jones nummer.
De financiële crisis heeft ook Sharon Jones getroffen. Dat blijkt wel uit de song ‘Money’. Prachtig hoe Jones zich door dit nummer heen krijst. Lekker funky, prachtig vol gebracht.
‘The Reason’ is een geheel instrumentaal nummer. Tijd voor de Dap Kings om uit de schaduw van de kleine Sharon Jones te treden en te laten horen hoe goed ze zijn in het maken van hun muziek. En goed zijn ze, dat kan ik je vertellen.
Met ‘Window Shopping’ gaat het album verder waar het al de hele tijd is. Meer soul, iets minder ruimte voor de funk. Daarmee niet minder, maar vooral lekker anders. Dit is een prachtige ballad-achtig nummer.
‘She Ain’t a Child No More’ kan qua sfeer zo in een film. Zou een mooie soundtrack zijn voor een old-school jaren 60 thriller.
‘I’ll Still Be True’ is qua sound misschien wel de meest commercieel aantrekkelijke song van het album. Mochten ze erover denken een single uit te brengen dan zou deze het wel eens goed kunnen doen. Al zal het einde de gemiddelde top40-luisteraar misschien niet helemaal kunnen overtuigen. Daarentegen de echte funk en soulliefhebber wel.
‘Without a Heart’ shooopt zich door de 3 minuten heen. Dit is precies zo een nummer waarin je hoor dat Sharon Jones & the Dap Kings erg goed zijn in het neerzetten van een bepaalde sfeer in een nummer.
Mocht je van nummers houden die je echt voelt. Nummers waarin de zang zo mooi is dat het door merg en been gaat. Dat je met de ogen dicht geniet van de vocale capaciteiten. Dan is ‘If You Call’ een nummer voorjou. Zeker bij de top3 van dit album.
‘Mama Don’t Like My Man’. But I did like this Music. Dit is jammer genoeg alweer de afsluiter van dit 12 nummers tellende album. Een afsluiter die perfect bij het album past.

Concluderend valt te zeggen dat de nieuwe Sharon Jones & the Dap Kings qua sfeer doorgaat waar ze gebleven waren. Alleen hebben ze de funk iets meer vaarwel gezegd en de soul meer toe laten treden tot dit album. Alweer een goed album van deze formatie en alweer een goed album van het label Daptone. Daptone, misschien wel het Stax van het heden.

LiveReview: Marlena Shaw, 30-03-2010, Live @ Tivoli

Old people can swing! Dat bewijzen onder andere de Rolling Stones en Tina Turner keer op keer. Marlena Shaw kan bij deze makkelijk toegevoegd worden aan dat lijstje.

Afgelopen dinsdag stond de soulzangeres in het Utrechts Tivoli. De zaal was niet volledig uitverkocht, maar met haar natuurlijk charme won Marlena Shaw elk individu voor haar en haar retestrakke band.

Maar wie is die Marlena Shaw nou eigenlijk? Deze, op het podium 67 jaar tellende, dame heeft met haar album The Spice of Life een ware vergeten soulklassieker op haar naam staan. Dat is op zich ook al meteen haar meest aansprekende werk. Maar ze heeft onder andere onder contract gestaan bij aansprekende labels als Blue Note en ze wist altijd soul, jazz en een beetje funk te mengen tot een heerlijk muzikaal sausje. Grootste hits van deze dame blijven toch wel California Soul en het vaak gesamplede Woman of the Ghetto. Beide komen niet verrassend van haar topalbum uit 1969.

Maar laten we het nu vooral over het heden hebben en daarmee in het bijzonder haar concert. Haar band komt het eerst op het podium en zeggen eerst even in te spelen. Ze grooven daarin daadwerkelijk van het podium af. Dat belooft wat voor de rest van de show. Als ze na al deze muzikaliteit klaar zijn met opwarmen komt de lady herself het podium oplopen. Grote glimlach, mooi bos met grijs haar. Haar natuurlijke charme komen je bij de eerste woorden direct tegemoet. En dan weet je het eigenlijk al: “Dit kan vanavond niet meer fout gaan.”

Toch was er enige twijfel vooraf bij mij. Want hoe zou een vrouw van 67 jaar nog vocaal gezien mee kunnen komen. Na haar eerste noten was deze twijfel volledig weg. Marlena Shaw is still rocking the house.

Het optreden karakteriseerde zich toch vooral met een wat rustig tempo. Shaw en haar band speelden vooral uit de grote soul met een jazzsausje doos. Terwijl iedereen in de zaal natuurlijk stiekem zat te wachten op het moment dat ze haar twee klassieker ten gehore zou brengen. Nu was het optreden dermate goed dat dit wachten niet zo leek. Het was namelijk bijna een waar muzikaal en vocaal orgasme te noemen. Topband, topstem, wat wil je nog meer?

Het concert ging rustig door totdat na een vijf kwartier bij Woman of the Ghetto kwam. Toen ging de zaal pas echt los en voelde je ook California Soul aankomen. Maar na Woman of the Ghetto stopten ze en wandelde Shaw en haar band podium af. Twee stappen gezet, draaide ze zich weer om. Ze grapte even over haar leeftijd (‘Vroeger liep ik echt helemaal weg, maar nu hop-heen en hop-terug’) en zette daarna Calfornia Soul . Het moment voor het publiek om uitzinnig uit z’n dak te gaan. Na deze classic was het optreden dan toch klaar en konden wij als bezoekers met een berust en tevreden hart huiswaarts.

Recensie 23: Giovanca – While I’m Awake! (2010)


Het is 2008 en Nederland wordt verrast door een bijzonder fris album van een zangeres met een ragfijne stem. Giovanca overdondert het land en laat ons, vooral in de lente en zomer, genieten van haar album. Een album dat een mix brengt van jazz, soul en pop. Tot in de puntjes verzorgt. Nu is het 2010, lente, en daar is ze weer. Giovanca brengt deze maand haar langverwachte nieuwe plaat uit. De plaat heeft de titel ‘While I’m Awake’ meegekregen. Zal ze uit hetzelfde vaatje gaan tappen of gooit ze het totaal over een andere boeg? Wij bespreken het nummer voor nummer voor jullie.

‘Everything’, zo heet de opener van het album. En het heeft meteen ten volste je aandacht te pakken. Vrolijk swingend en de soepele stem van Giovanca verblijd ons. Zeker te vergelijken met eerder werk, maar als dat op deze goede manier uitgevoerd wordt dan maakt dat natuurlijk niet uit. Als er op dit album een nummer is dat perfect is als single dan is het wel ‘Drop It’. Zo catchy dat het na één keer het refrein gehoord te hebben het meteen in je hoofd blijft hangen. Spring is on this album! Het frisse gitaarriedeltje heerst in ‘Can Somebody Tell Me’. En op dit nummer hoor je pas echt waartoe Giovanca allemaal in staat is met haar stem. Zo onwaarschijnlijk soepel glijdt haar stem van hoog naar laag, van ingetogen naar hard. Prachtig om die beheersing te horen. ‘Flirting With the Sun’, een betere titel had er voor dit nummer niet bestaan. Lente, zomer, zonnetje, prachtig weer, prachtige muziek. De voor mij onbekende Dazzled Kid zingt een wijsje mee op dit album. De stemmen passen in perfecte harmonie bij elkaar, dus dat is een goede keuze geweest. ‘Lovechild’ is een nummer met een productie die wat meer aanwezig is. De synths en beats hebben een stuk meer de overhand als op voorgaande nummers. Een nummer waar ze in de strandclubs op kunnen swingen, evengoed als op elk ander feestje. Voetjes van de vloer en heupwiegende de dansvloer rond. Deze uptempo vibe wordt er in ‘She Just Wants to Know’ weer losgelaten. Dit is de Giovanca zoals we die ook van haar vorige album kennen. Alleen is dit specifieke nummer vooral te prijzen om hoe klein het is. Giovanca toont hier haar breekbaarheid op een prachtige manier, dat is zeker. Wat mij dan persoonlijk wat minder aanspreekt is de wat saaie manier van zingen. Klein en breekbaar is mooi, zeker, maar ik mis toch een beetje een soort van beleving in de zang. ‘Go Now’ gooit het productionele gedeelte weer een stuk meer naar de voorgrond. Al het nummer zeer aardig gedaan is mis ik toch een beetje de catch. Het nummer gaat rustig voorbij zonder me echt te grijpen. Ook de rijkere instrumentatie in de refreinen en aan het eind van het nummer kunnen mij hierover niet op andere gedachten brengen.

Zo! Dat is wel even wat anders met ‘Hungry’. Hoor ik daar zelfs een beetje disco terug? Jazeker. Giovanca schroeft het tempo weer wat omhoog met dit nummer. Fris, verrassend, erg goed gezongen, catchy. Ik zeg tweede single? En zeker één van de betere nummers van dit album. ‘Simply Mad’ doet in de intro mijn oren spitsen. Het heeft mijn aandacht. Prachtig hoe de stem van GIovanca en de kleine instrumentatie in het begin samenkomen. Gaandeweg komt er steeds een instrumentje bij, maar het nummer blijft prachtig klein en breekbaar. Grote tegenstelling tot het vorige kleine, breekbare nummer op dit album (She Just Wants to Know) is dat Giovanca hier veel frisser zingt. Wederom een favoriet te noemen, dit nummer. ‘Time is Ticking’ en dat is het. Hierna nog maar twee nummers te gaan. Swingjazz? Funky? Ja, dat zijn de ingrediënten die dit nummer karakteriseren. In ieder geval een nummer waarbij je niet stil kan zitten. Goed gedaan! Moe van het swingen komen we weer rust in het bijna serene ‘Where Love Lives’. Dit is ook het tweede nummer waarop een gastartiest te vinden is. Het is hier de prachtig zingende Leon Ware die Giovanca ondersteunt. En dat is toch wel een zeer verrassende combinatie te noemen. Leon Ware is immer de man achter het wereldalbum ‘I Want You’ van de grote Marvin Gaye. Dit duet zal Giovanca vast en zeker als een voorrecht ervaren hebben. ‘Little Flower’ is alweer de afsluiter van dit leuke album. Het leek wel voorbij te vliegen. Deze afsluiter valt op door de tempo- en instrumentatiewisselingen. Goed gedaan. En een mooie afsluiter.

Het is 2010 het was het wachten waard. Giovanca heeft ons wederom een mooi album voorgeschoteld. Een album dat wederom veel aftrek zal vinden tijdens de lente- en de zomertijd. Het is een fris, vrolijk album geworden waarvan het plezier afspat.